Breng je practice tot leven met deze 5 tips

  • ic_alarm Created with Sketch. Leestijd: 9 minuten
  • ic_perm_identity Created with Sketch. Marianne ter Mors

Je doet al een tijdje yoga. En voelt je best relaxed na een yogales. Maar als je om je heen kijkt en die gelukzalige glimlachjes ziet van andere yogi’s… dat voel jij dan weer niet. Jij moet jezelf nog elke keer een schop onder je kont geven om je yogamat uit te rollen. Kan dat niet anders?

Best irritant soms. Die yogi’s die bijna high uit hun ogen kijken na een practice. Zij hebben vast niet van die innerlijke gesprekken die jij met jezelf voert: vandaag móét ik echt mijn mat uitrollen. Maar ik heb eigenlijk geen zin. Misschien vanavond na het eten. Ik doe het morgen wel, dan heb ik meer tijd… De week vliegt voorbij en je hebt bij elkaar precies nul minuten op je yogamat gestaan. Balen. No worries, je bent niet de enige. Sterker nog, elke yogi gaat door zo’n proces. Bij de één duurt dit een paar weken en bij de ander járen. Het liefst zou je natuurlijk willen dat je ’s morgens opstaat en zonder innerlijke conversaties je mat uitrolt. Of, als je eerder een mediteerder bent: op je kussentje kruipt. Gewoon, omdat dat hoort bij het begin of einde van je dag. Dat het zoiets is als tandenpoetsen; als je een keer je practice overslaat, dan mís je iets die dag.

Is er geen manier om ervoor te zorgen dat het wat meer vanzelf gaat? Ja, die is er. Er is een korte en een lange versie. De korte versie is: gewoon doen. Of, zoals Kundalini Master Yogi Bhajan zo mooi zegt: ‘Keep up and you’ll be kept up.’ Door telkens weer je mat uit te rollen en daarna op je meditatiekussen te gaan zitten, blijf je je systeem van oude, vastzittende patronen opschonen. Al je mopper-de-mopper en ik-heb-geen-zin-stemmetjes worden vanzelf zachter. Door elke keer opnieuw te beginnen, zonder streng voor jezelf te zijn als het een keer een weekje niet lukt, maak je de connectie met yoga steeds hechter. Dan gaat je practice leven en kun en wil je niet meer zonder. Maar goed, dit heb je misschien al geprobeerd en nog steeds huppel je niet naar je mat. Daarom nu de lange versie. Er is namelijk vanuit de filosofie een aantal dingen die je kunt doen om ervoor te zorgen dat je beoefening meer tot leven komt. Dat je niet alleen na afloop van een les als een boeddha de deur uitgaat, maar dat je de volgende dag ook thuis met plezier je mat uitrolt.

Door steeds voor het positieve te kiezen, verander je je brein

5 tips om vaker op die mat te stappen

Tip 1: Weet wat yoga doet

Allereerst is het belangrijk om te weten hoe yoga precies werkt in je lichaam en geest. Want als je weet hoe de truc in elkaar steekt, ben je sneller geneigd nog een extra keertje in de week je mat uit je rollen. Yoga is namelijk pretty special. Allereerst maakt yoga je lenig en sterk. En dankzij de verscheidenheid aan bewegingen die je maakt tijdens je practice, stimuleer je de doorbloeding in weefsels en spieren, en versterk je je bindweefsel. Dit tezamen zorgt ervoor dat overtollige afvalstoffen beter worden afgevoerd. Resultaat: je voelt je fitter en uitgeruster en ziet er gezonder uit. En door die sterke spieren ben je veel beter in staat om je eigen lichaam te dragen. Daarom is yoga ook zo goed bij bijvoorbeeld rugpijn of schouderklachten.

Maar naast het feit dat je er lenig en sterk van wordt, heeft yoga het vermogen je breinstructuur blijvend te veranderen! Tijdens je yogapractice ben je met je aandacht in het nu. Zo herken je veel sneller bepaalde gedragspatronen bij jezelf en kies je bewust om het een keer anders aan te pakken. Door steeds vaker voor het positieve te kiezen of voor iets wat jou rust geeft, verander je je neuronenpatronen en daarmee uiteindelijk de werking van je brein. En dat heeft natuurlijk weer een positieve uitwerking op omgaan met emoties, negativiteit, veranderingen en stress.

Tip 2: Doe niks anders

Een tweede hulpmiddel is dat je je voorafgaand aan je practice voorneemt om je daadwerkelijk te verbinden met wat je gaat doen. Het komende kwartier of uur doe je yoga en ook écht alleen maar yoga. Schiet je ineens te binnen dat het wc-papier bijna op is? Zodra je je van die gedachte bewust wordt, ga je gewoon weer terug met je aandacht naar je practice. En maak vervolgens in elke asana diep contact met je lichaam. Sadguru verwoordt het mooi in zijn boek Inner Engineering: ‘Yoga is een manier om je lichaam te herscheppen. Zie je lichaam als laboratorium en onderzoek wat een asana doet in je lichaam.’ Dus: hoe voelt de binnenkant van je been? En je linkerarm? Waar in je lichaam voel je spanning? Is die spanning nodig om in de houding te blijven of kun je wat loslaten? En hoe voelt die spanning eigenlijk? Is het een doffe trek aan je spieren of voel je juist hitte, kou, irritatie? Het maakt niet uit wat je voelt, door er een innige relatie mee aan te gaan, open je nieuwe deuren in jezelf en dus in je practice. En vergeet niet wat Sadguru droogjes opmerkt: ‘Zelfs als je om de verkeerde reden met yoga begint, werkt het nog steeds!’ Dus ook al voel je je nog niet helemaal zen, yoga werkt áltijd.

Tip 3: Verdiep je adem

In tip 2 las je al dat het belangrijk is om je krachtig voor te nemen echt alleen maar yoga te gaan doen en vervolgens lichaamsdeel voor lichaamsdeel te observeren in een asana. Toch kan dit, zeker in het begin, nog best uitdagend zijn. Los van het wc-papier en je dagelijkse rompslomp, is je mind gewoon gewend om steeds af te dwalen. Iets wat je mind zeker weten bij de les gaat houden is de ujjayi breath, ook wel overwinningsadem- haling genoemd. Patanjali vermeldt in de yogasutra’s dat je adem tijdens je practice durga en suksma, lang en vloeiend, moet zijn. Precies dat doet ujjayi met je ademhaling. Deze ademhaling klinkt als een zachte ruis achter in je keel. Om ujjayi te beoefenen kun je het beste op een uitademing, met je mond open, een zachte h-klank laten horen. Het is dan alsof je heel zacht zucht. Als je dit onder de knie hebt, kun je ontdekken hoe het voelt met je mond dicht. In het begin zal het tijdens je practice voldoende zijn om op je uitademing ujjayi te doen. Als dit helemaal vertrouwd voelt, kun je proberen zowel op je inademing als op je uitademing met ujjayi te ademen. Je zult merken dat je met ujjayi veel dieper en toch zacht kunt ademhalen. Deze ademhalingstechniek geeft niet alleen instant focus, het heeft ook een diep reinigende en ontspannende werking op je hele systeem.

Tip 4: Doe niet te veel

We hebben het tot nu toe vooral gehad over wat je kunt doen tijdens je practice, als laatste is het ook belangrijk te kijken naar hoe je denkt over je practice en wat je jezelf oplegt. Yogani, auteur van vele boeken in de AYP-methode, geeft in zijn boek Easy Lessons for Ecstatic Living, vele bruikbare en zeer nuchtere tips om een diepere band te krijgen met je sadhana. Een van de belangrijkste dingen die hij noemt is: doe nooit te veel. Misschien denk je: hoe kan ik nu te veel doen, yoga en meditatie zijn toch juist goed voor me? Toch kun je zeker te veel doen; als je te ambitieus van start gaat, hou je het niet vol. Jezelf opleggen om én een uur yoga te doen én te mediteren en dat minstens vijf keer per week, hou je misschien drie weken vol en daarna komt de klad erin. Kies daarom altijd voor een practice die gemakkelijk in je schema past. Je hoeft niet én én te doen om vooruit te gaan. Je kunt beter elke dag 5 minuten mediteren dan 1 keer per week een uur. Dat heb je vast al vaker gehoord, maar laat het nog maar een keer tot je doordringen: volhouden is prima, jezelf krampachtig iets opleggen hoeft niet.

Daarnaast kun je ook in je lichaam merken dat je te veel doet. Yoga en meditatie zijn krachtige instrumenten om je fysieke en energetische lichaam te reinigen. Voel je je na afloop van je practice weleens moe of prikkelbaar? Dan is dat een teken dat je te veel van jezelf vraagt. Verlaag je tempo, verkort je beoefeningstijd en neem lekker een keer een snipperdagje. Dat mag gewoon! Yogani noemt dit self-pacing, voel aan wat je nu nodig hebt. Wissel ook niet steeds van practice. Dan doe je een heleboel, maar kom je eigenlijk geen steek vooruit. Ga voor één bepaalde methode, al dan niet onder begeleiding van een yogadocent, en verfijn deze. Kies pas voorthe next step in je beoefening als deze stabiel is. Kort en krachtig zegt Yogani: doe wat nodig is, voor zolang het nodig is.

Tip 5: Wees eerlijk

Wil het toch allemaal niet vlotten? Doe je braaf je practice, maar voelt het soms meer als plichtmatig gymmen dan een verdiepende en rustgevendesadhana? Dan heb je nog één troef in handen. Niet de meest makkelijke, wel een zeer effectieve. Namelijk: wees eerlijk naar jezelf. Stel jezelf de vraag: waarom doe ik eigenlijk yoga? Wie ben ik zonder yoga? Wil ik dit wel écht? Door deze vragen te ontrafelen kom je misschien tot de ontdekking dat je op dit moment helemaal geen zin hebt in yoga. Dat het iets is wat je doet, omdat je jezelf hebt wijsgemaakt dat dit je móét helpen je blijer, rustiger en vrijer te voelen. Gek om te lezen op de website van een yogatijdschrift, maar laat het dan ook gewoon lekker even. Dat is helemaal niet erg. Wellicht komt er later een moment, juist omdat je het helemaal hebt durven loslaten, dat je yogamat jou roept. Of, je vindt na het stellen van die vragen in jezelf je echte drive, jouw bhakti, waarom je yoga doet. Nu je dit innerlijke vuur hebt gevonden hoef je je alleen maar daarmee te verbinden en hup, je rolt je mat uit. Elke dag, gewoon omdat het goed voelt. Nu kijken mensen jaloers in jouw yoga-stoned eyes!

Illustratie: Deborah van der Schaaf

Delen via:
3 september 2019 | Laatst gewijzigd op 24 oktober 2019

3 reacties


Schrijf je nu in voor de yoga nieuwsbrief